Schijndel
Uit Plaatsinformatie
Schijndel is een groot dorp in de provincie Noord-Brabant, gelegen in de Meierij van 's-Hertogenbosch. Schijndel is de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente, waarvan Wijbosch een kerkdorp vormt. In 1299 wordt Schijndel voor het eerst vernoemd als Skinle.
Inhoud |
Economische ontwikkeling
Als er iets typerend is voor de economie van Schijndel is dat de eeuwenoude traditie van hopteelt. Het is deze teelt die Schijndelaren de bijnaam Skèndelse Hopbel gaf.Reeds rond 1400 is er sprake van hopteelt in Schijndel. Deze teelt was zwaar, maar loonde blijkbaar de moeite. Door de eeuwen heen blijft er in Schijndel sprake van hopkuilen en vanaf de achttiende eeuw staat het dorp dan ook bekend om de teelt van hop. Vanaf 1755 werd de hop in grote hopwagen gewogen. Schijndel telde toen ook maar liefst zeven brouwerijen. In de 20e eeuw was de hopteelt in Schijndel compleet verdwenen. In 2004 werd een haalbaarheidsstudie uitgevoerd naar de herinvoering van de hopteelt. In 2005 is er een proefveld aangelegd. Een deel van de hop wordt gebruikt door de plaatselijke brouwerij Sint Servattumus. Naast hopteelt kende Schijndel vanaf de 19e eeuw de klompenmakerij als economisch bestaansmiddel. Deze klompenindustrie was mogelijk vanwege de aanwezigheid van de vele populieren, waarvan het hout werd gebruikt. In dezelfde periode begon voorzichtig de eerste industrievestiging in Schijndel. In 1871 begon Antonius Bolsius een blekerij van bijenwas te Schijndel. Dit groeide uit tot de kaarsenfabriek Bolsius die momenteel een begrip is in Europa. Ook de kousenfabriek van Jansen de Wit, geopend in 1915, vormde een van de grootste werkgevers in Schijndel. De vestiging van industrie zorgde er voor, dat Schijndel matig begon te verstedelijken aan het begin van de 20e eeuw. In 1930 was reeds meer dan de helft van de inwoners van Schijndel de landbouw niet meer toegedaan en vormde Schijndel met buur Veghel de meest geindustrialiseerde gemeente in Oost-Brabant. Wederzijdse belangen zorgden voor een goede samenwerking tussen Schijndel en Veghel, waaraan men refereerde met de benaming De twee-eenheid. Schijndel en Veghel delen nog altijd veel industrieele en infrastructurele (A50) belangen en vormen met hun nabijgelegen industrieterreinen een belangrijke kern van werkgelegenheid. (Bron: Aan de torens en koepel kent men Uden, Frans Govers, 2004)
Stedelijke ontwikkeling
Schijndel was vanouds een groot dorp, maar heeft nooit stedelijke omvang of functie bereikt. Deze plaatsen die reeds vóór 1850 meer dan lokale betekenis hadden, worden met de term ‘vlek’ aangeduid. Vlekken vertonen vaak een mengeling van historische ontstaans- en groeifactoren. Meestal dateren deze nederzettingen uit de hoge middeleeuwen en waren het primaire kerkdorpen met een marktfunctie, blijkens de aanwezigheid van een plein.
De Rooise koster Adriaan Brock beschreef Schijndel begin 19e eeuw als volgt:
"Schyndel, een der schoonste en grootste dorpen, niet alleen van Peelland, maar zelfs ook onder die van den anderen Meieryschen kwartieren, ligt twee uuren ten zuidoosten van ’s-Hertogenbosch en een uur gaans noordelijk van St. Odenrode, is in ’t midden zeer digt betimmert met fraaije en treffelyke gebouwen."
Ondanks de grootte van het dorp bleef Schijndel tot aan de Tweede Wereldoorlog een plaats met een zeer dorps karakter. Na de Tweede Wereldoorlog begon het dorp hard te groeien.
Bezienswaardigheden
Neogotische kerk van Sint-Servatius uit 1839. In de kerk bevindt zich de grafzerk van de oude zeeheld Jan van Amstel Brouwerij van Sint-Servattumus. Deze brouwerij, die sinds 1996 geopend is, is vernoemd naar de patroonheilige van Schijndel. Molen de Pegstukken. Deze stenen korenmolen uit 1845 is in 1984 gerestaureerd. Schaapskooi Wijboschbroek ( Martemanshurk 12 )
Landschappelijke ontwikkeling
Schijndel is gelegen op een dekzandrug tussen de beekdalen van de Aa en Dommel. Rond de dekzandrug lagen drassige broekgronden, waarvan de hogere gedeelten (Donken) gebruikt werden voor bewoning, zoals Smaldonk en Liekendonk. Door de kleinschalige verkaveling, het patroon van zandpaden en kleine bosjes ontstond het typisch Meierijs landschap. Grotere akkerbouwcomplexen ontstonden en werden in de loop der tijd 'opgehoogde' akkers, die hedentendage terug te zien zijn als bolakkers bij Venushoek en Borne. Op de deels sterk lemige gronden in de gemeente Schijndel werden vanaf 1750, vanwege het voorpootrecht, veel populieren aangeplant. Tussen 1760 en 1780 vond de grootste toename van houtteelt plaats in de gemeenten Schijndel-Sint-Oedenrode-Udenhout en Veghel. Met de aanplant van populieren, het patroon van zandpaden en vochtige broekgronden ontstond op deze wijze het zo kenmerkende Meierijse "Peppellandschap". Dit landschap was in feite puur economisch, aangezien de populierenteelt grotendeels in dienst stond van de klompenindustrie. Kerngebied van deze klompenmakerij, en dus ook van de populierenteelt, werd met name gevormd door de gemeenten Sint-Oedenrode, Schijndel, Veghel, Liempde, Best en Boxtel. Met name rond het dorp Wijbosch ontstonden productiebossen. Het voorpootrecht bestaat nog steeds in Wijbosch. Door te intensieve beweiding en de werking van de wind werden in het zuidoostelijk deel van Schijndel, op de grens met de gemeente Veghel stuifduinen gevormd (Vlagheide). Het herstructureren van de Vlagheide is momenteel een intergemeentelijk plan. Onder de titel Masterplan Vlagheide wordt in samenwerking met Sint-Oedenrode en Veghel gekeken naar een nieuwe inrichting van de Vlagheide. Doel is om het landschap bij de voormalige vuilstort De Vlagheide te versterken en een nieuwe impuls te geven met natuurontwikkeling, ecologie en toerisme
Deze pagina is gebaseerd op het auteursrechtelijk beschermde Wikipedia-artikel Schijndel; het is vrijgegeven onder de GNU Free Documentation License.
